Diagnostisch onderzoek

Bij signalen vermoedens of klachten die in een specifieke richting wijzen is een diagnostisch onderzoek passend. Dit type onderzoek richt zich op het uitsluiten/ vaststellen van een specifiek probleem: angstcultuur, pestgedrag of andere organisatiesdisfuncties.

Het diagnostisch onderzoek vormt in zekere zin tussen het meer algemene verkennende onderzoek aan de ene kant; en het meer specifieke feitenonderzoek aan de andere kant. Bij een diagnostisch onderzoek draait het vrijwel altijd om een casus in een team, afdeling of gehele organisatie. Zo kunnen er bijvoorbeeld vermoedens zijn van een angstcultuur of een andere organisatiedisfunctie. Kortom: u weet in grote lijnen al waar het probleem (mogelijk) huist, maar wil hier volledige grip/ informatie over laten vergaren.

Voorbeeldsituaties

Er zijn uiteenlopende redenen en oorzaken waarom organisaties kiezen voor een diagnostisch onderzoek. Hieronder geven we enkele voorbeeldsituaties, die aanleiding zijn voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek.

→ Een afdeling komt als zeer negatief uit het MTO naar voren. Er zijn signalen dat er een ‘kampenstrijd’ gaande is, waardoor er veel verzuim en verloop is. U wilt laten uitzoeken wat er speelt op de afdeling. Met die informatie kan een passend coachingstraject uitgevoerd worden.

→ De bedrijfsarts trekt aan de bel: er is veel sociale onveiligheid en werkstress op de afdeling, de leidinggevende en een te grote werkdruk worden als oorzaken gegeven. U wilt, in overleg met de leidinggevende, onderzoek doen naar de aanwezigheid, omvang en oorzaken van de werkdruk.

→ Er komen meldingen en klachten binnen over een angstcultuur in uw organisatie. U herkent het (niet) en wil laten vaststellen of de signalen terecht over een angstcultuur spreken, of dat dit niet op zijn plaats is.

→ Een zelfsturend team functioneert ondermaats, en desgevraagd zou er sprake zijn van onderling wantrouwen en een ‘eilandjescultuur’; om het team te helpen wil u onderzoek hiernaar laten doen, om het probleem in beeld te krijgen en oplossingen te formuleren.

Aanpak diagnostisch onderzoek

Van alle onderzoeksvormen is de aanpak bij een diagnostisch onderzoek het meest afhankelijk van de context en de onderzoeksdoelstellingen. Doen wij onderzoek naar bijvoorbeeld angstcultuur, dan maken wij grotendeels gebruik van vertrouwelijke, niet-herleidbare interviews. Bij een onderzoek naar bijvoorbeeld werkdruk is deze aanpak meestal niet nodig en richten wij ons nadrukkelijker op de wijze van bedrijfsvoering van de organisatie. Kortom: de aanpak is afhankelijk van de vraag en welke eisen die vraag stelt voor de kwaliteit en representativiteit van het onderzoek. Uiteraard dragen wij altijd zorg voor een kwalitatieve en proportionele aanpak.

Inhoud rapportage

Het rapport van een diagnostisch onderzoek heeft één centrale onderzoeksvraag; gericht op het vaststellen of uitsluiten van bijvoorbeeld een angstcultuur. In het onderzoeksrapport wordt als eerste antwoord gegeven op die centrale vraag. Daarna komen eventuele aanvullende onderzoeksvragen aan bod; bijvoorbeeld betreffende duiding of advies voor vervolgstappen. Met het onderzoeksrapport in handen hebt u antwoord op de diagnostische vraag en kunt u verder handelen.

Niet passend als:

Een diagnostisch onderzoek is niet passend wanneer er tegenstrijdige signalen bestaan of wanneer signalen/klachten onvoldoende duidelijk omschreven zijn om een diagnose op te baseren. In die situaties is een bijvoorbeeld een verkennend onderzoek passender. In sommige situaties is het passend om een diagnostisch onderzoek en een feitenonderzoek te combineren. Wanneer u feitelijke gronden wil laten onderzoeken achter de gedragingen van een of meerdere personen, dan is een feitenonderzoek een meer passend middel.